Stap 2: Structureren

In de oriënterende fase heb je grondig de inhoudstafel bestudeerd. Nu kunnen we inzoomen op een stuk leerstof.
Het doel is het begrijpen van de grote lijnen van de leerstof en het aanbrengen van structuur in de alinea's. Door je te focussen op de 'hoofdzaken' en deze te structureren, zal je al een groot deel van de leerstof onthouden.

Hoe ga je te werk?

Stap 1: Markeer (delen) van titels &  subtitels. Zo krijg je meteen inzicht in de structuur van je tekst.

  • Probeer bij deze oefening de kernwoorden aan te duiden in de tekst en bekijk daarna de verbetersleutel. Je kan ook een stuk tekst uit jouw eigen cursus gebruiken en structuur proberen aanbrengen door enkel kernwoorden te markeren. Aan de hand van deze checklist kan je kijken of je het goed gedaan hebt.

Stap 2: Lees de tekst  per alinea een eerste keer grondig door.

  • Begrijp wat je leest! Schakel je voorkennis in en vraag je luidop af of je over dit onderwerp al iets weet. Wanneer je nieuwe informatie kan koppelen aan informatie uit je langetermijngeheugen, verwerk je de leerstof meteen actief en ga je ze ook beter onthouden. 
     
  • Moeilijke woorden kan je opzoeken in een woordenboek of een verklarende woordenlijst achteraan in je cursus.
     
  • www.digitalewoordentrainer.be  is een tool om woordenschat in alle talen in te voeren en zo je eigen woordenlijst samen te stellen. Je kan nadien online de woorden oefenen en instuderen.
     
  • Herken de verschillende soorten signaalwoorden. Deze helpen jou om een tekst juist te interpreteren en de structuur te achterhalen.
  • Wil je deze manier van leerstof verwerken inoefenen? Maak dan deze oefening. Hierbij zal er nieuwe informatie gekoppeld worden aan informatie uit je langetermijngeheugen. De verbetersleutel vind je hier. Je kan deze oefening ook toepassen op een hoofdstuk in je eigen cursus en nadien de checklist bekijken.


Stap 3: Stel jezelf de vraag "Wat lees ik ?"  

  • Stel bij elke tussentitel een W-vraag aan jezelf (Wie, Wat, Waar, Waarom, Wanneer, Welke, ...) 
  • Als de tekst lang is en/of verschillende aspecten behandelt, voeg dan een subtitel toe in de marge.


Stap 4: Lees de tekst een 2de keer en duid het antwoord op je vraag aan in de tekst.

  • De antwoorden uit de W-vragen leiden je vaak eenvoudig naar de hoofdzaken uit een tekst.
    Opgelet! Markeer geen volzinnen maar alleen de allerbelangrijkste woorden.
  • Hoe vind ik de essentie van een tekst? 

Wil je oefenen op stap 3 en 4? Maak dan deze oefening. Vergelijk je markeringen en W-vragen met de verbetersleutel. Je kan deze oefening ook maken aan de hand van een hoofdstuk uit je eigen cursus. Bekijk nadien de checklist


Stap 5: Maak een structuurschema van de geselecteerde titels & tekst.

Aanvullende tips:

  • Blijf jezelf vragen stellen!
    - Begrijp ik de leerstof? Waarover gaat dit nu precies?
    - Welke verbanden kan ik vinden?
    - Welke vragen kan ik hierover krijgen?
  • Leg de link met de praktijk en de actualiteit. Ga op zoek naar eigen voorbeelden!
  • Discussieer met jezelf en medestudenten over de inhoud.
  • Heb je een vak waarin vooral digitaal studiemateriaal aan bod komt?
    Kijk dan zeker eens naar onze studietips voor digitaal leren!

Aan de slag...

Deze fase van 'structureren' en het onderscheiden van hoofd- en bijzaken vraagt heel wat oefening!
Download hier een aantal oefenteksten en vergelijk deze daarna met de oplossingsleutel.

Is de leerstof uitgebreid of complex? Maak een schema!